De sluizen van IJmuiden

Die aandrang. Het gevoel dat je iets moet doen, en dat je ook weet dat je eraan toe gaat geven. Het lijkt op een verslaving, een beetje zoals een Herman Brood naar zijn spuit verlangde en ikzelf soms naar een sigaret of een bak koffie. Of allebei. Die heftige noodzaak om gehoor te geven aan een behoefte waar kennelijk alles van afhangt. Dat onrustige gevoel in je maag, dat opgewonden gefladder van onrustige vlinders, die ook in je buik dansen als je niet verliefd bent. Die aandrang dus. Het is half twee ’s nachts en ik zou naar bed moeten. Maar ik weet dat ik niet zal slapen. Niet eens kàn slapen. Ik moet gaan. En dus ga ik ook. Terug naar die plek, de sluizen van IJmuiden.

Een paar maanden geleden ging het niet goed met mij. Als je er achteraf op terugkijkt, is het nauwelijks te bevatten hoe het mogelijk is dat je gedachten en emoties zo afwijken van hoe je jezelf kent. Een depressie is een zonderling en naar fenomeen. Je klampt je vast aan strohalmpjes om op de been te blijven, hoe ongrijpbaar flinterdun deze soms ook zijn. Je zal wel moeten. Over al het andere hangt een sluier van grauwe afkeer en negativiteit. En hoewel ik mij bewust was van de ongebruikelijke manier van denken, ik kon er geen eenvoudige oplossing voor ophoesten. Ik wist dat ik dingen anders voelde en anders beredeneerde dan ik normaliter deed, maar deze nieuwe gedachten en emoties voelden zo sterk en zo authentiek, dat het mij niet mogelijk was er alternatieven voor te vinden. Ik moest er wel aan toegeven. Ik noem dat nu mijn “duistere periode”.

En gevangen in dat duister woelde ik mij onrustig de nachten door.
‘Regelmaat,’ zo werd mij geadviseerd, ‘is enorm belangrijk. Zorg ervoor dat je weer regelmaat in je leven terug krijgt.’
Makkelijker gezegd dan gedaan.

Op een donkere nacht, enkele maanden geleden, waren de boosheid, de onmacht, de frustratie en de somberte te sterk om te negeren. Diep in de nacht stapte ik in de auto en reed doelloos door de omgeving van Haarlem. Een slapend Spaarndam, een zwijgend Velsen, een geruisloos Zandvoort. Ik denk dat ik misschien wel uren heb rondgereden, zoekend naar iets. Iets. Een uitweg. Een vlucht uit het duister. Maar het nachtelijk zwart bood geen soelaas. Waarschijnlijk was ik doorgereden tot de zonsopkomst, waarna ik zo mogelijk nog gefrustreerder alsnog mijn bed op zou moeten zoeken. Tot ik opeens in IJmuiden reed.

Ik heb niets met IJmuiden. IJmuiden is niet het soort vissersdorp waarin ik de historische charme vind die ik nodig heb om verliefd te worden op een plaatsje. Daarnaast ligt het onder de rook van de Hoogovens, Corus, Tata Steel of hoe die heilloze plaats van industrieel verdriet tegenwoordig ook heet. Ooit heb ik kortstondig op de Hoogovens gewerkt en hoewel de immense omvang van het terrein en de fabrieken mij de adem ontnamen, kleurden de grijze gebouwen en de hemelafdekkende rookpluimen mijn ziel en gemoed met de kleur van roet. Ik vind het fijn om in de weelde van de vooruitgang te mogen delen, maar ik houd mij soms liever dom waar het de oorsprong van al die luxe betreft.

Maar ’s nachts is IJmuiden anders. Zonder vooraf bedacht plan reed ik over de uitgestrekte industrieterreinen en vond niets. Totdat ik zomaar afsloeg en de sluizen over het Noordzeekanaal opreed. Drie stroken water in wisselende breedten, met langgerekte stukken land ertussen. En op het tweede “eiland”, naast het breedste kanaal, parkeerde ik de auto.

Aan de overzijde van het glinsterende water schitterde de oranje verlichting van de Hoogovens. Uit de talloze schoorstenen sloegen grauwgrijze rookslierten, aan de onderzijde spookachtig verlicht door het vaderlandslievende kunstlicht. Uit een uitlaat of iets dergelijks spoot een metershoge vlam, die het geheel een nog meer Dantesk aanzien gaf. Zo dichtbij de zee aan het open water, was mijn auto een speelbal van stevige rukwinden. Zo nu en dan sloeg er een vlaag regen over de ruiten. En kalmte overspoelde mij.

Door de voorruit zag ik mijzelf. Zo voelde het een beetje. Het was ruw, boos en boosaardig, duister, hard, mechanisch, bijna gewelddadig. Het enige grote verschil was dat er aan de overzijde van het water iets werd geproduceerd en dat ik aan mijn kant slechts lamgeslagen kon staren naar al wat er zich voor mijn ogen afspeelde. Een houding die de voorgaande maanden symboliseerde.

Opeens werden de Hoogovens langzaam aan mijn zicht onttrokken. Traag en statig schoof een kolossaal cruiseschip door het kanaal. Hoewel het onchristelijke tijdstip inhield dat bijna iedereen behoorde te slapen, was dat aan boord van de Vision of the Seas niet het geval. Van verschillende dekken hoorde ik muziek aanwaaien en op het bovenste dek aan de achterzijde kon ik zien dat men in de disco behoorlijk los ging. Langs de balustraden slenterden koppeltjes, babbelend en lachend. Een schrijnend contrast met mijn gemoedstoestand.

Het is een indrukwekkend gezicht als zo’n groot schip majesteitelijk langs jou beweegt, op slechts enkele meters afstand. Een minuscuul boeggolfje en nauwelijks motorgeluid. Een onwezenlijk groot drijvend flatgebouw schuift langs je. Bijna alsof je op de snelweg geruisloos wordt ingehaald door het Empire State Building. Het lijkt onmogelijk dat zo’n topzwaar bouwwerk ook nog als drijvend object functioneert, dat het niet omkiepert en doet wat elk normaal flatgebouw in een kanaal in IJmuiden zou doen: zinken als een baksteen.

Het lachen en de muziek vervaagden, terwijl ik de Vision of the Seas nastaarde. Waar zou deze boot naartoe gaan? Welke exotische bestemming zouden ze aandoen? Hoe geweldig zouden de passagiers het gaan hebben? Een golf jaloezie overspoelde mij. Waarom ik niet? Nee, inderdaad, waarom ik niet? Als het toch niet met mij ging, waarom dan geen vlucht? Waarom niet op een boot stappen en mijzelf naar elders laten varen? Zien waar ik terecht kom en daar opnieuw beginnen. Een stap in het blinde, of wat dan ook. Gewoon weg van hier, weg uit het leven dat mij kennelijk niet zoveel meer te bieden had. Wandelend en lachend over de dekken van  de Vision, terwijl andere stumpers mij nakeken vanaf het saaie vasteland. Ja, aan boord van dat schip lag mijn hoop en mijn toekomst. Dat was waar ik moest zijn en dat was waarom ik opeens in IJmuiden was aanbeland. Om…

… om te zien hoe mijn hoop en dromen kleiner en kleiner werden en uiteindelijk in de zeemist verdwenen. Majesteitelijk. Trots. Dag dag.

Maar dat was enkele maanden terug. In die maanden is er veel veranderd. Soms ging het wat beter, soms wat slechter. Uiteindelijk heb ik afstand moeten doen van enkele zekerheden, zodat ik kon kiezen voor onzekerheden. Dat klinkt vreemd, maar sommige zekerheden lijken je een houvast  te bieden, terwijl ze je in werkelijkheid juist vasthouden Noem dat de vlucht, maar ik moest nieuwe paden bewandelen, hoe onduidelijk de uiteindelijke bestemming ook is. De onzekerheid van mogelijk geluk of ongeluk is nog altijd beter dan de zekerheid van ongeluk. En die moeizame beslissingen hebben mij geholpen. Ik voel mij beter en sterker. Ik ben nu op het punt aangekomen dat ik een beetje durf terug te kijken op de “duistere periode” en dat ik niet meer helemaal kan begrijpen waarom ik mij toen zo voelde. Het lijkt op het gevoel dat je hebt wanneer de tandarts je van je kiespijn heeft afgeholpen. Je weet dat je pijn had, je weet ook wel dat het heel erg was, maar als je het niet meer voelt, is het moeilijk om exact te omschrijven wat die pijnsensatie nu echt inhoudt. En waarom zou je ook? Het is veel prettiger om te genieten van een pijnvrij gebit en je tanden te zetten in alles waar je kort daarvoor niet aan toe mocht geven.

Vannacht was er weer die aandrang. De onrust om in de auto te stappen. Alleen was ik nu niet doelloos. Nee, vandaag voelde ik een heel specifieke aandrang om weer naar diezelfde plek te rijden. Exact dezelfde plek op de sluizen van IJmuiden, waar ik enkele maanden terug mijn hoop en redding aan mij voorbij zag varen en verloren zag gaan in een ongrijpbare horizon. Die plek. Daar moet ik vannacht zijn. Er moet iets afgesloten worden. Of rechtgezet.

Wederom staar ik naar het onheil van de Hoogovens dat door mijn vooruit zichtbaar is. Er is niets veranderd. Dezelfde wind, dezelfde regen, dezelfde oranjeverlichte rookpluimen. En toch zijn er twee dingen anders. De uitgestrekte industrie voor mij is niet langer een fysieke weergave van mijn innerlijk. Nee, het kabbelende water dat tussen ons in ligt, is een zowel tastbare als symbolische barrière. Ik kan mij niet meer vereenzelvigen met een staalfabriek. Gelukkig maar.

Maar ook de Vision of the Seas is er niet. Had ik echt gedacht dat ze er weer zou zijn? Dat ze net weer binnen zou lopen? Of nogmaals bedachtzaam traag weg zou varen? Nee, ik denk het niet. Misschien wel gehoopt, hoe onrealistisch ook. Maar misschien is dat maar goed ook. Anders zou ik gedwongen zijn om te geloven dat dat schip en ik met elkaar verbonden zijn of nog erger, dat ik geloof dat er iets is dat mij aanstuurde. Nee, de Vision is er niet en dat is goed.

Toch, als ze er zou zijn, zou de cirkel pas echt rond zijn. Enkele maanden terug voer zij uit en maakte ik mijzelf wijs dat zij aan boord al mijn hoop en dromen meenam. De melancholieke, onlogische en aartsonnozele gedachtegang van de depressieve geest. Als ik over depressie iets heb geleerd, is het wel dat het een echte ziekte is. Hoe moeilijk ik het indertijd ook vond om dat toe te geven. Maar gelukkig is het wel een aandoening waarvan je kunt genezen. Daarom is het jammer dat mijn drijvende flatgebouw niet weer uitvaart. Of een ander schip. Ik zou haar namelijk niet langer mijn redding meegeven. Nee, ditmaal zou ik haar de zelfkwelling en het duister cadeau doen. Ik zou ze wegmoffelen op een plekje diep in haar ruimen, waar niemand ze ooit kan vinden, en dan zou ze ermee weg mogen varen. Tot het einde van de wereld of nog verder. Wat dan ook. Symbolisch zou ik afscheid van haar en haar kwellende lading nemen. Wie mij ziet staan, mag mij voor gek verklaren, maar ik zou haar midden in de nacht, zittend op de motorkap van mijn auto, met twee armen en blij lachend uitzwaaien. En in gedachten, starend naar glinsterend water en een onzichtbare horizon, doe ik dat nu evengoed. Tot nooit meer ziens, nare duisternis. Dag dag.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s