Home is where the bike is…

Lang, lang geleden studeerde ik in Amsterdam. Dagelijks reed ik met de trein naar Amsterdam CS, pakte de metro naar halte Weesperplein en liep het laatste stukje naar mijn school. Tussen de lessen of erna liep ik regelmatig rond in onze hoofdstad. Ik bewoog mij op alle mogelijke manieren voort, behalve op de fiets. Die stond namelijk thuis, in Schagen.

Tot de dag dat ik verhuisde naar Amsterdam en ook mijn fiets een nieuw thuis vond. Ik moet bekennen dat ik nooit liefde voor 020 heb gevoeld. Ik vond het te druk, te vies, te onrustig en misschien zelfs te onveilig. Maar toch waren er momenten dat ik het als een thuis ervoer. En dat kwam door mijn fiets.

Lees verder

Advertentie

Joint Strike Fighter of hondenpoep; kies maar!

Wat is vervelender om in te zitten? Een Joint Strike Fighter of een verse berg hondenpoep? Ik heb wel een voorkeur, denk ik.

Volgende vraag; wat is voor u persoonlijk vervelender: de elf miljard die naar Oekraïne gaat of als uw kind huilend uit de speeltuin komt, omdat hij of zij geprikt is door woeste kluwen brandnetels en bereklauwen. En maakt u eens een keuze tussen aanpassing van de maximum snelheid op ’s lands snelwegen of het feit dat u uw eigen auto niet in uw eigen buurt kunt parkeren. Waarvan ligt u ’s nachts wakker: het aangepaste asielbeleid of het zesde grote evenement deze maand precies buiten uw slaapkamerraam?

Lees verder

De verloren kunst van het relativeren

In Nederland zijn discriminatie en racisme weer helemaal hot. Waarom? Omdat er enkelen zijn die menen dat een kinderfeestje een direct verband houdt met het slavernijverleden van Nederland en daardoor voelden ze zich persoonlijk gekwetst. Deze discussie is inmiddels zodanig uit de hand gelopen, dat ik mijn dochtertje alleen nog Sinterklaasliedjes laat fluisteren. In haar slaapkamer. Onder de deken. Niemand mag weten dat ze een racist is.

Het onderwerp is zelfs verworden tot een internationale discussie, nu de Verenigde Naties er een onderzoek naar gaat doen. Naar Sinterklaas dus. Op de burelen van de VN. Wegens discriminatie. De Verenigde Naties van deze Wereld. Zwarte Piet. Ik wilde dat ik erom kon lachen.

Lees verder

Hoe ik mij verloor in een wildernis

De zoon van de broer van de moeder van mijn vrouw heet Ruben Smit. Dat maakt dat hij van mij in feite helemaal niets is, maar van mijn vrouw is hij een volbloedneef. En de laatste paar weken is zijn naam een veelgehoord geluid in huize Bouwmeester. Mijn vrouw is namelijk trots. Bijzonder trots. Omdat haar neef iets heel bijzonders heeft gepresteerd. Iets dat uniek is in Nederland.

Lees verder

Acht tips voor de tekstschrijvers die geen tekstschrijver zijn

Grim boos invertedIk durf niet te beweren dat het voor alle tekstschrijvers geldt, maar ik denk dat veel van mijn collega’s net als ik een soort zesde zintuig voor spel- en stijlfouten ontwikkelen. Als ik een tekst lees, klinken er bij elke fout alarmschellen in mijn hoofd en loopt de leesdiesel krakend vast. Dat kan handig zijn voor je werk, maar aan de andere kant kleeft er ook een nadeel aan. In zoveel teksten zitten tegenwoordig zo bizar veel fouten, dat het zesde zintuig bijna voortdurend knetterhard in mijn hoofd aan het loeien is. En van al die herrie tijdens het lezen krijg ik hoofdpijn.

Ik hou niet van hoofdpijn. Dus geef ik hieronder acht tips aan iedereen die besluit om eender wat te schrijven en te publiceren. Deze tips zijn gratis en voor niets, dus aantrekkelijk voor iedereen.

Lees verder

Van rap tot gedicht met toelichting

Soms krijg je inspiratie op de vreemdste plekken of momenten. En soms krijg je het op een plek waar dat niet ongebruikelijk is, maar is het aangeleverde creatieve juweeltje wat onverwacht. Dat is wat mij dit weekend overkwam, terwijl ik de hond uitliet.

Terwijl ik kalm met mijn viervoeter rondslenter, verzand ik vaak in gedachten. Deze mijmeringen monden vaak genoeg uit in (flarden van) songteksten of gedichten. Maar dit weekend kreeg ik iets cadeau waar ik niet op rekende: twee strofen die in rapvorm in mijn hoofd opdoken. Een rap. Right.

Lees verder

Vomar: een dikke vinger met gratis zegeltjes

DrinkontbijtIk ben geen ochtendmens. Pas na koffie en een aantal sigaretten ben ik echt aanspreekbaar, daarvoor ben ik letterlijk en figuurlijk een zombie. En deze zombie begint elke dag standaard, zonder uitzondering, met een paar ferme slokken Goedemorgen drinkontbijt. Iets met mandarijnen. En kiwi, als het kan.

Nu doen wij onze boodschapjes wekelijks bij de Vomar. Meestal gaat dat goed, en we zijn niet ontevreden en dus trouw. Maar soms wordt dat soort loyaliteit wel erg op de proef gesteld. Bijvoorbeeld  toen mijn vrouw op 5 juli twee literpakken Goedemorgen kocht met als uiterste houdbaarheidsdatum 6 juli. Misschien had ze daarop moeten letten, maar misschien mag je er ook van uit gaan dat een grootgrutter geen waren verkoopt die rot of bijna-rot zijn.

Lees verder

Zo’n cirkel-is-rond-gevoel…

Buiten valt er regen.
Het licht is… hoe zal ik het zeggen… vochtig.
En niet hardvochtig, zoals in de jaargetijden waar dit soort regen hoort te vallen.
Het is te warm, te mooi weer, voor dit soort regen.
En toch regent het.
Hard.

Twee jaar is ze, mijn engeltje, mijn prinsesje.
Terwijl ze blokken opstapelt, afstapelt en weer opstapelt, kijk ik naar haar.
Kijk ik naar haar billen.
Ze wiegen mee op de muziek.
Haar hoofdje, de mooie blonde krullen, ze bewegen op de maat.

Lees verder

Le roi est mort, vive le roi!

Als je leest over de ervaringen van Nederlanders in de Tweede Wereldoorlog, kom je heel vaak de toenmalige koningin tegen. Koningin Wilhelmina ontpopte zich tot een icoon in ons land, de onverzettelijke Oranje in het verre buitenland, die zich via de radio als een Moeder des Vaderlands over haar kinderen ontfermde. Ze maande tot verzet, ze stimuleerde daadkracht en sterk te zijn en bovenal om vertrouwen te houden in de goede afloop. Ik vind het mooi om te lezen hoe een koningin in barre tijden gezien wordt als moeder, of als oma, waar iedereen met respect en liefde tegen opziet.

Lees verder

De deprimerende kunst van het nablussen

Witte rookwolken drijven kalm in de richting van het stadscentrum van Haarlem. Toen ik daar eerder vannacht de hond uitliet, hing er een duidelijke brandlucht. Niet de “plezierige” geur van brandend hout, die doet denken aan knapperende haardvuren en gezelligheid. Nee, dit was een chemische stank. Iets dat niet hoorde te branden ging in de vlammen op.

Bijna een jaar geleden stond ik ook al in de Waarderpolder te kijken hoe een bedrijfspand ten prooi viel aan vuur. Misschien ben ik een soort ramptoerist, maar ook ditmaal kon ik het niet nalaten om te gaan kijken. Niet dat ik alles laat vallen om maar zo veel mogelijk vlammen te zien. Ik heb eerst afgemaakt waar ik mee bezig was en zo’n twee uur nadat ik over de grote, uitslaande brand hoorde, ben ik op pad gegaan. Twaalf uur ’s nachts en te laat voor het echte vuurwerk.

De brand in haar volle kracht.

Lees verder